Inspiratie tot holistische massage
A. H. Almaas
De Innerlijke Diamant
Deel 1 : kenmerken van het ware zelf
Hoofdstuk: Mededogen
Ik wil graag rondom ‘Khidr’ stilstaan. In de soefi-overlevering betekent dit ‘de groene’. Wat wijst naar ‘het land van de waarheid. En Groen is de kleur die in verband wordt gebracht met mededogen.
De kleur Groen brengt mij onvermijdelijk terug naar mijn geboorteplaats, naar mijn roots, naar mijn Oma,
Mijn oma leefde haar hele leven in het teken van ‘groen’. Alles wat met groen te maken heeft, trok haar aan. Zij was een soefist in de pure zin. Binnen het soefisme, was zij een eigenzinnig mens.
Naast haar bezigheden met zeldzame planten en bloemen, gaf zij regelmatig massages aan omwonende vrouwen. Dit deed zij gratis. En helemaal van uit haar zelf zoals zij van haar ouders had geleerd.
Omdat zij geen geld accepteerde, brachten haar cliënten af en toe wat zeldzame planten of provinciaals kruidenkaas en dergelijke. Zij legde meestal de gedroogde kruidenkaas in haar befaamde grote bruine houtenkist om vervolgens zich weer bezig te houden met haar eigen tuin vol met zeldzame planten. Ik was rond acht jaar en was dol op in de zon gedroogde kruidenkaas. Ik weet nog heel goed, wanneer ik uit school kwam, ging ik stiekem in haar voorraadkist zitten. Snoepte ik als een klein muisje, stiekem van de kaas van haar. Zij merkte nooit dat de kaas minder en minder werd en uiteindelijk opraakte. Een keertje, heb ik het haar verteld. Dat vond zij niet erg: “als je nog meer wilt, kan ik het voor je maken” zei ze.
Ik had nooit geheimen voor haar. Wat ik met haar meestal besprak, waren mijn dromen. Zij kon dromen goed interpreteren. Zij legde mij uit dat elke seizoen bewegingen met zich meebracht. Dat hoort bij de moeder natuur. De aarde is continue in beweging waardoor ons lichaam en geest word beïnvloed. Ze vertelde dat in de lente de aarde wakker wordt waardoor wij, mensen ook mee wakker worden. Ik merkte later dat ik tegen de lente meer droomde dan anders.
Ze was bekend met haar leefstijl. Zij droeg nooit schoenen. Daar had zij hekel aan. Zij liep meestal op blote voeten. Wanneer haar voeten direct in contact waren met de aarde, was zij zichzelf. Een van haar rituelen was de bergen, die achter haar huis begonnen, intrekken om dan tijm, oregano en dergelijke te plukken. Als zij heel ver moest lopen om bijvoorbeeld naar haar vriendin te gaan, die in een andere plaats woonde, dan droeg zij tegen haar zin zeer dunne slippers. Zij was nooit ziek. En ze was ook nooit bij een dokter of een tandarts geweest. Tot haar dood had ze nog haar eigen onaangetaste gebit.
Een paar van haar tien kinderen, die zij samen met opa had gemaakt, leefden in het buitenland. Zij brachten elk jaar wat cadeaus voor haar mee, zoals schoenen, sjaals en stoffen lappen. De schoenen deelde ze uit aan haar buren. Van de stoffen liet zij jurken maken voor zichzelf. Zij droeg meestal groene jurken. Zij stook elke dag weer een andere bloem, zoals anjer achter haar oor.
Wanneer zij boos was op opa, ging ze vuurschalen van aarde maken. Ze liet dit meestal in de zon drogen om gedurende de winter binnen als kachel op houtenkool te kunnen gebruiken.
Zij deed haar deur nooit op slot. Dag en nacht en in alle seizoenen, sliep ze met de deur op een kier. Af en toe kwamen cliënten ’s nachts bij haar aankloppen met een acute buikkramp. Met haar buikmassage techniek, wist zij de mensen te helen. Zij vroeg nooit iets terug voor wat zij deed. Wat zij deed, deed zij met liefde en dat werkte op een wonderbaarlijke manier. Zij at niet veel. Ze had niet veel nodig om te leven: een plek om te slapen, een paar hapjes per dag, wat kleren in haar favoriete kleur groen, haar tuin met haar planten en bloemen en natuurlijk niet te vergeten haar twee geiten en een koe om te melken en vervolgens daarvan echte boter van te maken. De boter gebruikte zij nooit. Zij gaf dit meestal aan de buren of aan mensen die ze dacht dat ze het wel konden gebruiken. Zij was een olijfolie liefhebber.
In mijn geboorteplaats is men van oorsprong A-Syriër. Aan zee hebben de plaatselijke bewoners een gebedstempel. Dit is anders dan een moskee, synagoge of kerk: een rond gebouw van wit marmer met drie lagen witte muur eromheen. Het is een sobere tembel en dit heet ‘Khidr’. Wat voor de bewoners zeer heilig is en dit betekent “de plek van de waarheid”.
Mijn oma ging vaak naar die tempel om daar een speciale geurkaars ‘Bakhur’ op te steken en vervolgens drie rondes om het gebouw te lopen. Zij ging altijd naar de tempel in haar mooiste groene jurk. Ik ging soms met haar mee. Terwijl ze daar ‘Bakhur’ aanstook, zat ik meestal bij de witte muur buiten, maar uit de zon op haar te wachten.
In mijn geboorteplaats te Samandagi, geloven mensen heilig in reïncarnatie. De oorspronkelijke bewoners, zoals mijn oma, worden met de paplepel ingegoten met het geloof reïncarnatie. Van jong tot oud wordt iedereen in dat geval heel serieus genomen. Een kind die gereïncarneerd is en een verhaal van zijn vorige leven heeft te vertellen, wordt met nieuwsgierigheid ernaar geluisterd. En als een kind zijn ouders beschrijft van zijn vorige leven, gaan zijn ouders traditiegetrouw op zoek naar de ouders van het vorige leven van het kind. Het komt soms voor dat de ouders dan elkaar vinden en vaak voor het leven elkaars vrienden worden. Als iemand overlijdt, wordt aan een paar mensen de opdracht gegeven om in de omgeving te zoeken of een geboorte op dat moment plaats vind, zodat zij achterkomen of een overledene gereïncarneerd is.
In heel dat gebied, leven mensen van verschillende afkomst en geloof naast elkaar. Dit is een van de weinige plekken ter wereld tot nu, waar Joden, Islamieten, mystieken, Alevieten, Christienen, Orthodoxen samen leven.
Als ik nu zo terugkijk, was zij de ‘Mededogen’ hetzelve. Zij had een vrije geest in een soepel lichaam. Ik heb nooit kunnen denken, dat ik zo diep zou geraakt worden door haar en haar essentie.
Ik heb mijn geboorteplaats sinds 1987 niet meer gezien. Ik voel dat het tijd is geworden om terug te gaan en rond te trekken. En de ‘Khidr’ van dichtbij met een andere bril te gaan bekijken.
Massage Praktijk Gülçen Ciddi